Joe werkt al drieënveertig jaar bij de fabriek. Niemand weet precies hoe hij er begonnen is. Ineens was hij er gewoon, op die Valentijnsdag in 1967. Hij zal een jaar of twaalf geweest zijn. De mensen zeggen dat hij al drieënveertig jaar hetzelfde donkerblauwe overall draagt, met in zijn linkerzak dezelfde witte zakdoek met de oranje dubbele rand en in zijn borstzak twee gedeukte kroonkurken. Niemand weet precies hoe oud hij toen was en niemand weet precies hoe oud hij nu is, maar hij is nog nooit te laat geweest en nog nooit ziek.
Joe raakt in paniek als de lucht buiten helder is. Dan rent hij als een wildeman door de fabriekshal, wild gebarend met zijn armen in een opwaarts stuwende beweging. Alsof hij stof naar de hemel tilt. Niemand weet precies wat hij dan wil, maar iedereen weet dat hij kalmeert zodra iemand zegt:
“Ze zijn onderweg, Joe.”
Dan rent Joe in paniek naar het raam en blijft hij naar de lucht wijzen tot het moment waarop de spanning van zijn rug glijdt en zijn schouders langzaam hun vertrouwde, teleurgestelde positie weer innemen. En dan, als Joe langzaam diep inademt en daarna nog langzamer nog dieper uitademt en zijn hoofd een paar tellen laat hangen met zijn kin op zijn borst, dan weet iedereen dat alles weer goed is. Tot deze maandag.
Op deze maandag, waarop Joe Bizetski precies drieënveertig jaar, twee maanden, negen dagen en een uur of vijf voldoet aan een functieomschrijving die niemand kent, verandert het heden de toekomst en wordt Joe een verhaal. Om 12.32 uur begint een iets te grote man in een in iets te kleine overall door de fabriekshal te rennen. In een opwaarts stuwende beweging gebaart hij wild met zijn armen, alsof hij stof naar de hemel tilt. Niemand weet precies wat hij wil, maar iedereen weet dat hij kalmeert zodra iemand zegt:
“Ze zijn onderweg, Joe.”
Vandaag is het Millie van de kantine. Vanachter haar kassa rent ze naar hem toe, legt ze een arm op zijn schouder en zegt ze:
“Ze zijn onderweg, Joe.”
Op dat moment zakt Joe door zijn benen.
Vlak voordat de dokter net te laat naast hem knielt, pakt Joe de mollige hand van Millie stevig vast. Hij kijkt haar angstig in haar grote blauwe ogen en zegt:
“W…..wie moet nu de wolken maken?”
Tags: &CO, blog, confetti, copy, copywriter, copywriter enschede, do, Dooo, dorothee, dorothee loorbach, en co, enschede, loorbach, loorbach en co, marketing, marketingcommunicatie enschede, reclame enschede, sound of confetti, tekstschrijver, tekstschrijver enschede, the sound of confetti